De sleutel van Pameijer

Soms hangt aan een sleutel een heel verhaal vast.
Soms ook helemaal niet.

Ik was te vroeg
of Hans was te laat
maar ik ging alvast koffie drinken bij Pameijer.

Twee minuten zou het duren, zei Joke.
Ze was het apparaat aan het schoonmaken.
Maar die twee minuten werden een kwartier,
de machine sputterde tegen.

Door de tijd te nemen, merkte ik rechtsboven het koffiezetapparaat een grote sleutel op.
Waar is die van?

     – Die is gekleid.
     – De hemelpoort.
     – Ik denk dat die is binnengekomen en dat iemand het leuk vond om hem op te hangen.
     – Dacht jij dat het een echte sleutel was?

Nou, ik loop deze maand zelf rond met een sleutel. Kijk.

     – Oooo, een loper !!!
Alle deuren gingen daarmee open. Dan kon je bij iedereen naar binnen.
Hoe kom je daaraan?

Van huisarts Ineke.
De eerste dag van onze tour kwam zij naar de Aktiegroep omdat ze wist dat ik verhalen verzamel.

Zij heeft mij deze loper gegeven, tot na het project.

     – Ja, ik ken hem wel.

Toen Ineke als huisarts begon, zeiden ze haar dat ze bij de ijzerwinkel zo’n loper moest kopen.
Zodat als iemand niet snel genoeg naar beneden kwam, ze alvast naar binnen kon.
Maar ze heeft hem niet vaak gebruikt.

     – Ik heb nog gasmunten, die vond je ook in ieder huis.
Oh en oude huurrekeningen. En het ziekenfonds. Is ook alweer antiek.
Mijn geboortebewijs heb ik ook nog.
Ik heb van mijn dochter een stukje van de navelstreng bewaard. Die heb ik aan haar gegeven. Maar die van mijn zoon heb ik nog.
En een plukje haar.
Ja! Ja, ik ook! Heel licht blond was ze.
Maar dat is leuk zeg, een loper.

Ik vond het erg symbolisch dat ik op de eerste dag van onze tour de sleutel van het Oude Westen kreeg.

     – Ja heel leuk. Heel leuk.
Ik heb ook nog zo’n klik klak ding.
     –
Een wat?
     –
Zo’n speelgoedkikkertje. Dan zat je in de klas en deed je expres, klik klak. Slaat nergens op dat ik dat nog heb.
     –
Tegenwoordig gebruiken ze die bij de hondentraining.

(Opgetekend bij Pameijer Klus & Werk op 14 juni 2018)

Advertenties

Het verhaal van Tuin de Bajonet


Een ronde tafel.
Er is koffie.
En gebak van Mies.
Het regent, maar straks schijnt de zon.
Hier loopt de tijd niet.
Hij glijdt gestaag.

Aan tafel zitten Solveig en Agnes.
Twee zussen, geboren en getogen in het Oude Westen.
Vroeger was het heel anders, de wijk was toen volgebouwd.
Waar nu De Bajonet is, stond een school.
Solveig speelde nooit veel buiten,
daar had ze niet zo’n behoefte aan.
Heel anders dan Agnes.
Solveig was een huismus, Agnes een dondersteen.
Agnes heeft een litteken van toen ze achter de schutting van de school wilde kijken en
met haar vinger bleef hangen.
Solveig is rustig en houdt Agnes in toom.
Maar stille waters, diepe gronden.
“Als ze gaat, dan gaat ze hoor!”

Naast Solveig en Agnes zit Jos.
Jos houdt van ontregelen.
Hij zit in een band.
We hebben niet zo veel gepraat.
Maar hij heeft wel veel getekend.
Een doodshoofd onder andere.
Ik gok dat Jos in een punkband zit, die rete-herrie maakt.

Dan is er Mariska.
Zij werkt veel in de tuin, die heel anders is dan haar eigen tuin.
Haar dochter is elf en maakt waanzinnig mooie kostuums.
Mariska zelf heeft niet een specifiek talent waarin ze uitblinkt,
ze kan meerdere dingen goed.
Maar ze stoot steeds tegen een plafond:
dan heeft ze net niet het materiaal of de technische knowhow om er in verder te gaan.
Of ze raakt het beu.
Nu doet ze aan botanische fotografie.
Haar foto’s lijken wel schilderijen.
Verstilde schoonheid met een glimp van mysterie.

Dan zit er Heimen.
Hij is hier tijdelijk.
Hij heeft onderdak gekregen in de buurt
en verhuist binnenkort naar een eigen plek.
Hij is afscheid aan het nemen.
De Bajonet gaat voor hem om ontmoeting.
Hij is verwonderd hoe snel hij hier werd opgenomen in de gemeenschap.
Natuurlijk komt hij nog terug als bezoeker. 

Marcel zit niet aan tafel, want hij repareert een fiets.
Dat doet hij voor de buren.
“Waarover moet het verhaal van De Bajonet gaan?” vraag ik hem.
“Over mij: Marcel!” zegt hij.
“Ik ben de tuinkabouter.
En Agnes het meubilair.
Samen vormen we een tuinsetje.”

Maar dan wordt Marcel serieus.
Hij vertelt over de mensen die hij heeft leren kennen door hun fiets te repareren.
Zoals Mohammed, uit Somalië.
Die zei altijd heel netjes en beleefd “meneer”,
maar nu als hij hem fietsend tegenkomt, roept hij “he, Marcel!”
Eigenlijk komen er niet zo heel veel buren in de binnentuin.
Dat is jammer.
Maar door hun fietsen te herstellen, is er een eerste contact.

Marcel speelt piano.
Dertig jaar nu.
Hij heeft aan het conservatorium gezeten, maar toen studeerde hij klassieke gitaar.
Nu hij piano speelt, merkt hij pas hoeveel hij in het conservatorium heeft geleerd.
Want je leert niet alleen technisch hoe je moet spelen, je ontwikkelt ook een muzikale visie.
“Ik kan nu beter luisteren naar wat ik speel,” zegt Marcel.
In zijn familie speelde vroeger iedereen piano.
Toen hij zelf met piano begon, kon hij grasduinen in het oeuvre van zijn vader en zijn zussen.

Marcel leest het verhaal van Ineke,
huisarts van het Oude Westen.
Marcel kent haar niet.
Maar Tante Anna kent hij wel.
“Wij hebben haar boom!”

In de tuin van tante Anna stond een immens hoge populier.
Die was geplant door haar vader.
Of was het haar grootvader?
Die stond er in ieder geval al heel haar leven.

Toen Woonstad ging slopen
– ook de boom –
protesteerden tante Anna, de Aktiegroep en de wijk.
Het hielp niet, de boom moest weg.
Maar er werd een deal gemaakt: het hout was voor de wijk.

Marcel toont me de valkerf:
de eerste inkeping, die de valrichting bepaalt.
En ook de laatste zaagsnede heeft hij nog.
Een deel van de populier van tante Anna is gebruikt voor het theehuis.
Een deel ligt in de entree van De Bajonet en wacht op herbestemming.
En ergens in de wijk moet nog een heleboel hout zijn opgeslagen.
Het was echt een heel hoge populier.

Solveig heeft tante Anna nog gekend.
Tante Anna was de grootmoeder van haar klasgenoot.

Het verhaal van De Bajonet komt niet echt tot een punt.
Jaap eet zijn boterhammen.
Marja en Laura komen tekenen.
Wolbert springt binnen en bekijkt met Mariska de bloemen en planten.
Welke doen het goed en welke minder.
Dromen van hoe de tuin nog mooier kan.

De zon is gaan schijnen.
Ik eet gebak van Mies.
Hier loopt de tijd niet.
Hij glijdt gestaag.

(Opgetekend in Tuin de Bajonet op 8 juni 2018)

Huisarts in het Oude Westen

Ik ben Ineke.
Ik was huisarts in het Oude Westen, in de jaren 70-80.

Het Oude Westen was toen nog een blanke arbeiderswijk.
Dat was voor de stadsvernieuwing.
Er stonden allemaal oude huizen.
Hele slechte huizen.

Gezinnen woonden als klusters bij elkaar.
Hier woonde oma,
daar de dochter,
daar de zoon.
De kleinzoon trouwde
in de tijd van woningnood
maar wist toch aan de overkant een huisje te regelen.

Er waren ook oudere vrouwen
zoals tante Anna
die de heleboel in de gaten hielden
die van alles op de hoogte waren
en overal tussenzaten.

Er waren nog geen dwarsstraten.
Als je van de Gaffelstraat
naar de Van Speyckstraat
wilde
moest je via de Binnenweg
of de West-Kruiskade.

De straten waren werelden op zich.
Een weduwnaar uit de Gaffelstraat
kreeg kennis aan
een weduwe in de Gouvernestraat.
Hij ging bij haar wonen,
maar werd depressief.
Hij was ontheemd.
Ook al woonde hij maar twee straten verder.

Ik woon zelf niet in het Oude Westen.
Ik had een praktijk aan de Mathenesserlaan.
Er woonden geen dokters in het Oude Westen.
Nu help ik bij de huiswerkklas.

(Opgetekend bij Aktiegroep Het Oude Westen op 6 juni 2018)

Theosofie en tatoeages

Ik ben Aukje.
Ik heb mij verdiept in theosofie.
Esoterische wijsbegeerte.
Dat is de gouden draad van mijn leven.

Mijn ex-partner kwam ermee.
Hij was erg bezig met de zin van het leven.
In de theosofie heb ik antwoorden gevonden.

Dat er structuur zit in het leven.
In het universum.
Een hiërarchie.
Terugkerende processen.
Eeuwigdurend leven.
Het houdt nooit op.
Altijd nieuwe vergezichten.

Ik vind het prettig om dat te weten,
dat er nooit een einde komt aan je ontwikkeling.

Ooit wordt mijn lichaam een planeet.
Dat duurt nog ionen.
Nu is het allemaal best naar.
Het leven is niet per se leuk.
Als je weet dat dat in een verre toekomst voorbij gaat,
dan is het makkelijker te dragen.

Ik heb verschillende tatoeages.
Die met het maantje bovenop is het mannelijke,
en die andere het symbool voor de vrouw.
Dit is Mercurius.
De staf van Hermes.
Ik heb ze heel bewust gekozen.

Het begon met deze: de drie quetra.
Omdat ik drie kinderen heb,
en drie is een mooi getal.

Dit zijn de drie Hebreeuwse moederletters.
Dit is een zwaantje, die staat voor nieuwe wegen.
Deze heb ik zelf verzonnen.
Dit is het teken van zwavel.
Dit is een rune, ter bescherming.
En dit geloof, hoop en liefde.

Hier heb ik de Ouroboros,
de slang die in zijn eigen staart bijt,
het teken van eeuwigheid.
Met een X in het midden, ook een rune, die staat voor vriendschap.
Vriendschap zou eigenlijk voor altijd moeten zijn.
Bloed, zweet en tranen heeft die gekost.
Zo’n pijn.

Ik zeg wel eens tegen mijn kinderen:
als ik dood ben, moet je het er maar afhalen
en er een leuke mand van maken.

(Opgetekend bij Aktiegroep Het Oude Westen op 6 juni 2018)

De platanen van het Josephplein

Ik ben Nannie.
Ik woon al heel lang in het Oude Westen.
Sinds 1973.

De Aktiegroep is voor mij het hart van de wijk.
Ik werd zelf actief in 2010.
Woonstad wilde huizen verkopen en laten slopen
en vervangen door dure dikke koophuizen.
Maar er zijn een heleboel mensen –
net als ik –
die al heel lang in het Oude Westen wonen,
en die hier willen blijven als we ouder zijn.
We zijn een netwerk.
Dat bouw je als je ouder bent
en moet verhuizen
niet zo snel weer op.

Ik woon aan het Josephplein.
Het mooiste verhaal dat ik te vertellen heb,
is dat er in 1990 zestien platanen van het Weena naar het Josephplein verhuisd zijn.
Die bomen moesten weg bij Weena, want er werd gebouwd.
Dankzij de Aktiegroep werden ze ’s nachts met een dieplader naar het Josephplein gebracht.
Ik vind dat nog steeds een wonder.
Dat dat toen kon!
Iedere nacht van de verhuis kwam iedereen in pyjama op het plein
en werden de bomen welkom geheten.

Groen gaat mij na aan het hart.
Groen houdt een wijk leefbaar.
En de mensen vriendelijk.
Het geeft lucht.

Niet lang na de verhuis van de platanen was er een zware storm.
De gaten waarin de bomen stonden, waren nog niet dichtgegooid.
Met klamme handen heb ik toegekeken
of ze wel zouden blijven staan.
Maar ze zijn blijven staan.
Een goed voorteken.
Want ze staan er nog steeds.

(Opgetekend bij Aktiegroep Het Oude Westen op 6 juni 2018)

BK april 1990 Platanen Josephplein foto

Foto: Buurtkrant april 1990