Verhalen uit De Leeuwenhoek

Aan tafel zitten
Isadora, Eugene, Ben (van Benjamin), Hennie, Cora, Agnes, Evert, Bianca en Rine.

Agnes gaf vroeger les,
aan de lagere school.

Ben woont in Schiedam,
met uitzicht op het water.
Dat vindt hij mooi.

Evert houdt van de Ardennen.
De bomen, de rivieren.
Wanneer je onderaan een helling staat, zie je boven allemaal kleine huisjes.
Wanneer je boven bent, zie je beneden allemaal kleine huisjes.
Hij woont in de Vierambachtsstraat,
en komt naar de Leeuwenhoek met de tram.
In Indië hebben mensen drie namen:
hun voornaam, de naam van hun vader en de naam van hun grootvader.
De achternaam Rams komt bijvoorbeeld een miljoen keer voor,
maar door die drie namen weet iedereen toch wie je bent.

Eugene wordt door iedereen Benipte genoemd,
naar zijn familienaam.

Hennie houdt van de zomer en de zon.
Ze is op Zuid geboren, in West gaan wonen en woont nu in Zevenkamp.
Ze heeft achttien kleinkinderen,
ze kent niet alle namen.
Die vergeet ze,
ook al houdt ze van hen.
Ze herinnert zich nog hoe het was in de kleuterschool.
Er was een grote zandbak omheen.
Ze is twee keer per week in de Leeuwenhoek,
de andere dagen zit ze gewoon thuis.
Er is altijd wel wat te doen.
Maar wat ze gisteren heeft gedaan, weet ze niet meer.

Agnes is laatst met de rolstoel naar het Wijkpark gegaan.
Een veld noemt ze het.
Ze is nu zevenenzeventig.
Toen ze achtendertig was, kreeg ze een beroerte.
Daarna was alles aan haar rechterkant verlamd.
Ze kan nog steeds lopen,
maar heel langzaam.
Na haar beroerte is ze lang verdrietig geweest.
Het was als een handicap,
ze kon plots niet meer autorijden.
Ze heeft veel gehuild.
Maar na verloop van tijd zei ze:
“Kom, verder leven.
Vooruit kijken!”

Rine zingt mee met de radio:
it’s been a long, a long time coming
but i know a change is gonna come.

(Opgetekend bij Zorgcentrum De Leeuwenhoek op 28 juni 2018)

Advertenties

Oma Loes vertelt

Ik ben Oma Loes.
Als een schrijver mij in een roman zou moeten beschrijven,
dan was dat niet als dromer,
maar als actieveling.
Creatief en nieuwsgierig.
Ik verleg mijn grenzen – soms iets te ver.

Mijn moeder is in 1913 in Nijmegen geboren.
Toen ze overleed, geloofde men dat niet:
“Er is toch geen Nijmegen in Suriname?”
Ze keken naar de kleur.
Ze geloofden niet dat mijn moeder in Nederland geboren kon zijn.
Maar ik heb de geboorte-akte.

Als kind ging ik vaak naar het slaven-museum.
Je had er twee: een in Cadier en Keer en een in Berg en Dal.
Maar ze noemden dat het Afrikamuseum.
Zo heet het nog steeds.

Ik heb een documentaire gemaakt over het slavernij-verleden.
Ik heb opnames gemaakt in Suriname,
bij het water,
waar de schepen aankwamen
en mensen tot slaaf werden gemaakt.

Men moet weten wat slavernij betekend heeft.
Men moet weten wie Rochussen was, hier in Rotterdam.
Waarom die straat zo heet.
Waarom er in Middelburg een monument is,
daar zijn de slavenregisters.
Die had je ook in Rotterdam:
met de namen van de mensen die tot slaaf zijn gemaakt
en voor hoeveel gulden ze werden verkocht.

In Zorgcentrum De Leeuwenhoek wordt elk jaar een dag georganiseerd
waarop er over het slavernij-verleden wordt verteld.
Mensen vragen zich soms af: moet dat nu met ouderen?
Maar De Leeuwenhoek is een multiculturele instelling.
Er zijn daar veel mensen uit Zuid-Amerika.
Dan is het belangrijk om te weten wat 1 juli betekent.
Ik vertel dat, op luchtige wijze.
Want je moet mensen niet meenemen in je drama.
Het is ook niet mijn drama,
het is dat van mijn voorouders.
Maar het werkt door, vandaag.

Hier in het Oude Westen zijn we ontzettend actief geweest,
onder andere met de taaldrukwerkplaats.
We hebben gedichten geschreven, zomaar uit het hoofd.
En activiteiten georganiseerd in Odeon.

Ik moet mijn stem laten horen,
want ik heb twee goede longen.
Dat komt van een lied:

Ik ben een jong en jolig meisje
Ik heb gelukkig geen verdriet
Ik heb goddank twee goede longen
En zing daarom een vrolijk lied

Vandaag ben ik in het Ruilpunt,
omdat ik niet thuis wil zitten als gepensioneerde.
Ik wil iets bijdragen, en dat kan ik hier.
Daarvoor kom ik naar Rotterdam, want ik woon in Capelle aan den IJssel.

Vroeger woonde ik in Sint Oedenrode, dat zal ik nooit vergeten.
Daar heb ik mijn kinderen grootgebracht.
Dat is de mooiste plek ter wereld.
Ik heb het naar mijn zin in Capelle aan den IJssel,
en ook in Rotterdam.
Maar ik kom uit Sint Oedenrode.

(Opgetekend bij het Ruilpunt op 15 juni 2018)